Terug naar overzicht Donderdag 6 juli 2017

Reactie Driessen HRM op principeakkoord cao gemeenten

Op 4 juli jl. hebben de VNG en de vakbonden FNV, CNV en CMHF een principeakkoord gesloten over de nieuwe cao gemeenten. Het akkoord heeft even op zich laten wachten en het principeakkoord, dat gaat over flexibiliteit, harmonisatie verlof en bewust belonen, laat ruimte voor interpretatie en uitwerking. Met name het thema Flexibiliteit roept bij ons vragen op. 

Principeakkoord cao gemeenten

Op 4 juli jl. hebben de VNG en de vakbonden FNV, CNV en CMHF een principeakkoord gesloten over de nieuwe cao gemeenten. Het akkoord heeft even op zich laten wachten en het principeakkoord, dat gaat over flexibiliteit, harmonisatie verlof en bewust belonen, laat ruimte voor interpretatie en uitwerking. Met name het thema Flexibiliteit roept bij ons vragen op. 

 
Goed werkgeverschap

Onder het onderdeel flexibiliteit in het principeakkoord stellen de partijen dat goed werknemerschap en goed werkgeverschap de basis zijn voor een gezonde arbeidsverhouding. Tevens wordt gesteld dat de partijen willen bevorderen dat ‘werkgevers en werknemers de mogelijkheid hebben om zich aan te passen aan de veranderende opgaven en taken van de sector, zonder dat dit ten koste gaat van zekerheid voor de werknemer.’ Bij Driessen HRM onderschrijven we deze standpunten. In een steeds sneller veranderende omgeving en arbeidsmarkt, is het belangrijk dat zowel werkgevers als werknemers zich aan (kunnen) blijven passen. Wij zijn ons er van bewust, als werkgever voor meer dan 15.000 flexibele medewerkers per jaar, dat goed werkgeverschap en het bieden van bepaalde zekerheden daar een elementaire basis voor vormen.

Flexibilisering arbeidsmarkt

Als het gaat om de aandacht die in het principeakkoord uitgaat naar het onderwerp Flexibiliteit, meer specifiek payrolling, is enige nuance op zijn plaats. Kijkend naar de landelijke cijfers van flexibilisering zien we dat de overheid achterblijft bij andere sectoren. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in Nederland het aandeel van flexibel werk in Nederland uit komt op 22 procent. Als we hier het aantal zzp’ers bij optellen komt dit percentage uit op 34 procent. Uit de Personeelsmonitor van het A+O fonds gemeenten blijkt dat in 2016 slechts 17 procent van het personeel een flexibel dienstverband had (overigens wel in een stijgende tendens). Daarbij bestond 68 procent van de externe inhuur uit uitzendkrachten, 15 procent uit gedetacheerd personeel en slechts 10 procent uit payrollers (1,6% van de loonsom dus). Daarnaast werken gemeenten nog met medewerkers met een tijdelijk contract.

Payrolling

De cijfers laten zien dat het percentage payroll binnen gemeenten relatief klein is. Toch richt het principeakkoord de pijlen specifiek op deze vorm van uitzenden. In het principeakkoord over de cao is afgesproken dat medewerkers die via een payroll-overeenkomst werken, een beloning krijgen die vergelijkbaar is met een medewerker met een vaste aanstelling. Deze afspraak gaat in op 1 juli 2018.

Dit is ons inziens een opvallende afspraak. De ingehuurde flexibele medewerkers vallen namelijk niet binnen de werkingssfeer van de cao voor gemeenten, maar onder de ABU-cao die de branchevereniging ABU (Algemene Bond van Uitzendondernemingen) heeft afgesloten met de vakbonden, waaronder FNV en CNV. Verder is het opvallend gezien het specifieke karakter van uitzenden/payrolling, waarbij medewerkers veelal tijdelijke opdrachten vervullen en bij verschillende opdrachtgevers werken. Dit maakt dat er verschillen kunnen bestaan in het arbeidsvoorwaardenpakket van uitzend- en/of payroll-medewerkers enerzijds en medewerkers die een ambtelijke aanstelling hebben op basis van de CAR-UWO anderzijds. In de ABU-cao is onder meer vastgelegd dat de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten (waaronder payrollmedewerkers) op de belangrijkste elementen gelijkwaardig moet zijn aan de arbeidsvoorwaarden die gelden bij  de  inlenende (i.c. gemeentelijke) organisatie. Denk hierbij aan brutoloon, OR/ov-toeslagen, ADV, kostenvergoedingen en periodieken. Het lijkt ons evident dat, bij de beoordeling en eventuele uitwerking van de in het principeakkoord genoemde voorstellen, rekening wordt gehouden met de behoeften en wensen van zowel gemeenten en payroll-medewerkers, alsmede de praktische en juridische haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de dienstverlening. 

Hoe nu verder

Het akkoord is nog niet definitief. In de komende periode gaat blijken of er vanuit de leden steun is voor het principeakkoord en op welke wijze de voorstellen nader uitgewerkt worden. Het College voor Arbeidszaken en het bestuur bespreken het principeakkoord op 6 juli. De ledenraadpleging loopt van 12 juli tot en met 27 september 2017. Als HRM-dienstverlener voor de publieke sector volgen wij uiteraard de ontwikkelingen op de voet, om zo ook onze opdrachtgevers en flexibele medewerkers zo snel en goed mogelijk te kunnen blijven informeren en ondersteunen bij de invulling van hun behoeften op het gebied van mens en werk.